Kampen181020_01.jpg

Aanmelden nieuwsbrief

Blijf op de hoogte met de maandelijkse nieuwsbrief
Gebruiksvoorwaarden

Inhoud winkelwagen

Winkelwagen is leeg.

Recensie orgel-cd Minne Veldman vanuit Den Haag

Gertjan Ronner schreef deze recensie over de nieuwste cd van Minne Veldman, in 2011 opgenomen op het J.H.H. Bätz-orgel in de Evangelisch-Lutherse Kerk te Den Haag. Op zijn site beoordeelt hij de cd op onderdelen op een schaal van 1 tot 5 sterren:

Repertoirekeuze: 4,5
Interpretatie: 5
Instrumentkeuze: 5
Opnamekwaliteit: 5
Vormgeving: 5
Booklet: 4


Vorig jaar (2011) maakte de Urker organist Minne Veldman een opname van zijn eigen spel op het Bätz-orgel in de Lutherse Burgwalkerk te Den Haag. Naar eigen zeggen bevat de CD werken die op een doorsnee programma zouden kunnen staan. Veelzijdigheid op een veelzijdig orgel. Dat wordt smullen.

Repertoirekeuze en Interpretatie
Zoals eerder aangestipt, presenteert Minne een veelomvattend programma. Sommigen hebben toch een bepaald beeld van deze begaafde musicus. In de stijl van Willem Hendrik Zwart en Feike Asma hoor je wel eens meesmuilend zeggen. Goed, de klassiekers komen misschien vaker aan bod en de koraalbewerkingen begeven zich op bekend terrein. Iets dat te weinig wordt belicht is dat deze mannen, Minne Veldman incluis, behalve de koraalbewerkingen muziek laten klinken die gehoord moet worden en bovendien werken uit de vergetelheid halen.

Allereerst klinkt een speciaal voor deze gelegenheid gecomponeerde variatiereeks over Psalm 101. In een aantal delen weet Minne met veel zeggingskracht te overtuigen. Vooral het Scherzo (met mooi echo-effect door middel van de gekozen ritmiek, gebruikmakend van de afstand tussen rug- en bovenwerk), de Meditatie (let op de fluitsolo) en de Finale (interessante harmonieën) spreken mij aan. Het openingsdeel is wat voorspelbaar. De componist heeft mijns inziens voldoende in huis om ook hier te verrassen. De op Youtube aangeboden opnamen van een geïmproviseerd voorspel op Psalm 67 en een Fantasie over Psalm 56 bewijzen dit. Van Bach horen we een Concerto naar Vivaldi. Een mooi werk dat door Veldman transparant en kordaat wordt neergezet. Ik houd van barokmuziek, maar ben niet per sé liefhebber. Hiervan wel: fijnzinnige frisse muziek. De hierna volgende delen uit Händels Koekoek en Nachtegaal zijn voor mij geen persoonlijke favoriet maar bieden de luisteraar houvast. Ik had liever een werk(je) van Mozart gehoord, deze muziek klinkt in deze kringen weinig. Daarmee was tevens de klassieke stijlperiode vertegenwoordigd geweest. Bovendien is de naam van deze componist onderdeel van de historie van het instrument. Maar goed, deze alinea is niet voor niets getiteld programmakeuze. Een knap getranscribeerd (en voor mij onbekend) werk van Mendelssohn uit diens vierde (Italiaanse) symfonie staat hierna op het menu. Het wordt virtuoos neergezet, heeft aanstekelijke thema's en weet ondanks de lengte te boeien. De Fantasie over Psalm 42 van Feike Asma is dit instrument op het lijf geschreven. Wederom een erg bekend werk, maar het spreekt wat mij betreft keer op keer tot de verbeelding.

Dat ook Franse romantiek perfect gedijt op dit in aanleg barokke instrument wordt onderstreept door de hierna volgende werken. Eerst van Alexandre Guilmant het Scherzo Symphonique, Opus 55 Nº2 uit diens Organiste Pratique. Dit werk staat als een huis en boeit de luisteraar. Zijn muziek houdt (grofweg) het midden tussen de Opéra Comique van Lefébure-Wély en de Style Sevère van César Franck. Vanwege zijn voorliefde voor oude meesters komt een gezonde dosis polyfonie tevens aan bod. Door dit alles is de structuur en harmonie transparant en toegankelijk. Guilmant heeft mijns inziens wel wat moeite het werk af te sluiten en daarom vervelen de laatste paar minuten van dit stuk mij een beetje. Van mij had Veldman in navolging van Asma hier de schaar, of in navolging van Mulder een sneller tempo mogen hanteren. Van de hand van Jules Grison klinkt een onterecht onbekend werk. In diens Cantilène ou Pastorale maakt de componist het de interpreet niet makkelijk: het staat vol met aanwijzingen voor toe te passen articulatie en dynamiek, à la Erik Satie. Ik raakte verknocht aan dit werkje door een wat snellere uitvoering , maar Minne Veldman doet met zijn evenwichtige interpretatie meer recht aan componist en titel. Een knap staaltje werk! Als afsluiting van dit 'Franse blokje' speelt de organist de Toccata pour Grand Orgue van Gaston Bélier, een werk dat dankzij de uitvoering van Veldman bestaansrecht heeft. Wat een prachtige articulatie en opbouw van spanning! Hulde! De plaat sluit af met een eigen Fantasie over Psalm 75. Ook hierin ligt wat mij betreft de voorspelbaarheid op de loer. Dit is echter geen enkel bezwaar: je gaat niet met een unheimlich gevoel naar huis.

Minne speelt beheerst en beschikt over een uitstekende techniek, anders dan het stigmatiserende Asma/Zwart-stempel doet vermoeden. Hij presenteert de muziek met verve. De eerder genoemde inspiratiebronnen vlogen in hun vuur wel eens uit de bocht. Veldman verliest zichzelf niet in zijn eigen enthousiasme, en dat werkt aanstekelijk. Wat ook opvalt is dat hij de barokke werken niet verromantiseert met legatospel en onnodig orkestrale registraties.

Instrumentkeuze
Het Bätz-orgel in Den Haag behoort volgens vele liefhebbers tot het mooiste in het Nederlandse orgellandschap. Het relatief grote instrument (50 stemmen) is met uitzondering van het pedaal gebouwd op achtvoets-basis, maar boet ondanks dat aan grondtonigheid weinig in. Er is voor ieder wat wils: voldoende achtvoeten voor de warmte, een keur aan vulstemmen en spuckende labialen voor het barokke, een batterij tongwerken voor het vuur en een ruim aanbod aan fluitregisters ten dienste van het cantabele. Het door Arie Bik in de jaren 1920 toegevoegde en prachtig geïntoneerde zwelwerk met lieflijke geluyden maakt het palet compleet. Veldman etaleert de veelzijdigheid in doordachte registraties. Natuurlijk zijn de combinatiemogelijkheden bijna oneindig, maar binnen de authentieke kaders krijgt de luisteraar het meeste wel aangeboden: heldere plena in de barokwerken en Franse klanken in de romantische stukken. Met name in het Saltarello (Mendelssohn) en de Cantilène ou Pastorale (Grison) excelleren orgel en registratiekunst. Het Nederlands Dagblad klaagt over obligate nasards en ook Orgelnieuws.nl deed al eerder een duit in dit zakje naar aanleiding van een bladmuziekuitgave van Veldman (fluitje acht-vier-drie): Ronduit flauw. Het is een veelgebruikte maar daarom niet minder mooie klankcombinatie. In het booklet karakteriseert de organist de klank als zijnde devoot. Terecht. Ik denk dat er voor dit programma geen beter instrument gekozen had kunnen worden.

Opnamekwaliteit
De opname is bij Jaco van Housselt van STH in goede handen: ruimtelijkheid en transparantie zijn prima in balans. Daar valt niets op af te dingen. Soms is een krakende vloer of een registermechaniek hoorbaar, maar dit is niet storend.

Vormgeving
Het geheel is fris en eigenzinnig vormgeven met aardige foto's. Een prachtige foto van het rugwerksoffiet siert de voorkant van het booklet. In het boekje zelf treft de lezer verschillende foto's van orgel en bespeler aan, alsmede creatieve fotocomposities. Wellicht waren foto's van componisten en/of een grote kleurenplaat van de speler achter de klavieren nog aardig geweest. Dat laatste heb ik om die reden aan dit schrijven toegevoegd.

Booklet
In het bijgevoegde schrijfwerk licht Veldman zelf het een en ander toe: een beschrijving van zijn achtergrond, zijn werkzaamheden als uitgever van eigen muziek, een discografie en toelichtingen op de gespeelde werken. De tekst wordt alleen in het Nederlands gepresenteerd. Hoewel de belangstelling voor deze plaat wat mij betreft niet beperkt hoeft te blijven tot onze eigen landsgrenzen blijft STH een label dat op de Nederlandse markt gericht is. Geen probleem dus. Volgens mijn grijze massa studeerde Gigout bij Saint-Saëns en niet bij Lemmens, zoals het boekje vermeldt. Daarnaast was de Toccata van Bélier al vóór 2006 bekend van de TV-opname van Diane Bish voor haar programma The Joy of Music. Het zijn maar details. Een dispositie completeert het geheel. Gelukkig ontbreekt een overzicht van de gebruikte registraties. Toevoeging van deze overbodige informatie had Minne ongetwijfeld een ster gekost.

Resumé
Minne Veldman blijkt een organist te zijn met een goede voordracht. Hij blijft soms wat binnen de geijkte kaders wat klank en programmakeuze betreft, ondanks dat heeft hij meer dan voldoende te vertellen. Ook voegt hij interessant onbekend werk toe. Ik blijf zijn activiteiten met belangstelling volgen en hoop dat u dat als lezer ook doet. Hij verdient het.

Website van Minne Veldman
YouTube-kanaal van Minne Veldman
Website van STH Records