Kampen181020_02.jpg

Aanmelden nieuwsbrief

Blijf op de hoogte met de maandelijkse nieuwsbrief
Gebruiksvoorwaarden

Inhoud winkelwagen

Winkelwagen is leeg.

Online-orgelconcert 9 april 2021 in Martinikerk Bolsward

Kijk en luister op vrijdagavond 9 april 2021 vanaf 20.00 uur naar het online-orgelconcert van Minne Veldman op het Hinsz-orgel (1781) in de Martinikerk te Bolsward.

Klik hier voor het programma.

Klik hier voor de digitale collecte.

Click here to donate from other countries (PayPal).

Deze week weer een echt hoogtepunt, namelijk een van de allermooiste orgels van ons land: het Hinsz-orgel (1781) in de Martinikerk te Bolsward. Dit fantastische instrument behoeft geen nadere introductie, het is wijd en zijd beroemd om zijn unieke en prachtige klank. Ook de prachtige kerk is vermaard om haar uitmuntende akoestiek. Echt een feest om naar uit te kijken dus!

We beginnen dit concert met aandacht voor Pasen, het feest van de opstanding dat het afgelopen weekend is gevierd. Als eerste klinkt het Paaslied "Auf, auf, mein Herz, mit Freuden". De Duitse componist Otto Heinermann schreef hierover een feestelijke bewerking 'nach Art eines Bachschen Kantatenchors'. In Nederland kennen we het lied ook, bijvoorbeeld als "Christus heeft overwonnen" en "O morgen van verblijden".

Vervolgens een prachtig werk van eigen bodem, van Herman van Vliet. Het is misschien wel zijn mooiste en bekendste compositie: Koraal, Variaties en Finale over "U zij de glorie, opgestane Heer". In het koraal en de drie variaties horen we allerlei buitengewoon mooie solostemmen en klankkleuren, gevolgd door een wervelende, fuga-finale.

"The English Mozart", zo werd Samuel Wesley genoemd. Hij kwam uit Bristol, uit een echte muzikale familie, getuige vader Charles, moeder Sarah, opa Samuel en oom John Wesley. Een van zijn kinderen was Samuel Sebastian Wesley, ook een vermaard organist en componist. De familie had een voorliefde voor de muziek van Händel. Samuel Wesley schreef meer dan 120 orgelwerken. Uit zijn Twelve Short Pieces komen zijn bekende Air en Gavotte.

Van de grote Johan Sebastian Bach klinkt deze vrijdag een waar meesterwerk, een van zijn grote monumenten uit de orgelliteratuur: Fantasia et Fuga in g-moll, BWV 542. Na een grillige, bijna woeste Fantasia met veel chromatiek, verrassende harmonische wendingen, dissonanten, grote akkoorden en virtuoze 32sten-passages, gespeeld met het volle werk, volgt een uitermate virtuoze en feestelijke fuga, waarvan het thema is ontleend aan een vrolijk Nederlands volksliedje ("Ik ben gegroet van", uit de verzameling Oude en Nieuwe Hollantse Boeren Lieties), vermoedelijk als eerbetoon aan de in Deventer geboren organist Johann Adam Reincken. Bach voerde dit werk uit in Hamburg, waar in 1720 de post van organist van de Jacobikerk was vrijgekomen. Tijdens een meer dan twee uur durend concert liet hij horen wat hij als organist allemaal in huis had. Zijn toehoorders waren met stomheid geslagen. Reincken was een van hen. Met deze fuga bevestigde Bach zijn naam als orgelvirtuoos. Vooral het stevige voetenwerk stelt hoge eisen aan de speler en bezorgt de fuga een toppunt van feestelijkheid.

Na dit opgewonden hoogstandje zijn we toe aan een weldadig rustpunt in het programma, en dat vinden we in een Trio ('in Bach-stijl') en Orgelkoraal over "Heugelijke tijding" van de legendarische Nederlandse organist Feike Asma. In het trio omspelen de fluiten 8' en 4' van het rugwerk de melodie, die wordt vertolkt met de Vox Humana. Het orgelkoraal klinkt met de oer-Hollandse 8-4-3-tremulant en een Sesquialter als uitkomende stem. De Hinsz van Bolsward op z'n best!

Dan de Franse romantiek. Allereerst Camille Saint-Saëns, organist van de Parijse kerken Saint-Séverin, Saint-Merri en La Madeleine en daarnaast beroemd als pianist en componist. Hij schreef opera's, symfonieën, piano-, viool- en celloconcerten, kamermuziek en orgelwerken. Zijn Troisième Fantaisie (opus 157) begint 'Très modéré' met een steeds herhalend dalend gebroken none-akkoord en daarboven een kwartenbeweging, die samen zorgen voor een dromerige sfeer. Halverwege en aan het einde van de fantasie komt dit 'Très modéré' in min of meer aangepaste vorm terug. Tussendoor horen we een Allegro (met o.a. stijgende gebroken drieklanken in triolenbeweging), een melodieus Andantino (met een solo van de Clarinet van het Van Dam-bovenwerk uit 1861) en een bruisend Allegro non troppo, waarbij wervelende toonladderfiguren worden afgewisseld door een stoere melodie. De fantasie eindigt met zachte, langgerekte akkoorden, waarbij alleen de Viool de Gamba overblijft.

Charles-Marie Widor was een van de grootste Franse orgelcomponisten uit de negentiende eeuw. Hij werd natuurlijk geïnspireerd door de grote instrumenten die orgelbouwer Aristide Cavaillé-Coll in alle grote Parijse kerken en ver daarbuiten plaatste. Zelf was Widor jarenlang vaste organist van de Saint-Sulpice in Parijs, waar hij kon beschikken over een groot 5-klaviers orgel van Cavaillé-Coll met meer dan 100 registers. Het was Widor die als geen ander de symfonische kwaliteiten van Cavaillé-Colls orgels wist uit te buiten. Hij was - na de Grande Pièce Symphonique van César Franck - min of meer de 'uitvinder' van de orgelsymfonie. Hij componeerde er maar liefst tien. In 1878 schreef hij zijn Symphonie No. 6 en sol mineur voor de inauguratie van het Palais du Trocadéro, een grote evenementen- en tentoonstellingshal waar een enorm orgel stond, natuurlijk van Cavaillé-Coll. Deze symfonie is een echt showstuk, waarin Widor alles uit de kast haalt om zijn virtuositeit te tonen. In Bolsward horen we deze avond het adembenemende eerste deel van deze symfonie, getiteld Allegro, waar machtige akkoorden en snel passagewerk elkaar in hoog tempo afwisselen, bijeengehouden door een groots koraalachtig thema.

Minne Veldman sluit ook dit concert af met eigen werk: een Fantasie en Fuga over het prachtige gezang "Alle roem is uitgesloten".