Haarlem01.jpg

Aanmelden nieuwsbrief

Blijf op de hoogte met de maandelijkse nieuwsbrief
Gebruiksvoorwaarden

Inhoud winkelwagen

Winkelwagen is leeg.

Online-orgelconcert 21 mei 2021 in Sint Petrusbasiliek Boxtel

Kijk en luister op vrijdagavond 21 mei 2021 vanaf 20.00 uur naar het online-orgelconcert van Minne Veldman op het Smits-orgel (1842) in de Sint Petrusbasiliek te Boxtel.

Klik hier voor het programma.

Klik hier voor de digitale collecte.

Click here to donate from other countries (PayPal).

Deze week komt het 53e online-orgelconcert uit Noord-Brabant, op vrijdagavond 21 mei. In Boxtel staat de Sint Petrusbasiliek met een weergaloze akoestiek en een werkelijk prachtig én uniek orgel van Franciscus Cornelius Smits (1800-1876), ook wel Frans Smits I genoemd. Hij begon als orgelbouwer samen met zijn broer Nicolaas Lambertus. Als orgelbouwers waren ze voornamelijk autodidact, maar ze bouwden kwalitatief hoogstaande instrumenten en ontwikkelden een duidelijke eigen stijl. Het Boxtelse orgel kwam gereed in 1842 en werd opgeleverd met drie klavieren en een vrij pedaal (waarvan de meeste registers gereserveerd bleven en pas in 1954 werden toegevoegd door de firma Adema). Het orgel heeft exact evenveel pijpen als het jaar waarin het werd opgeleverd: 1842. In 2004-2006 werd een grote restauratie uitgevoerd door de firma Verschueren. De zeer gastvrije titulair-organist Tommy van Doorn schrijft op zijn website:

"Het Boxtelse orgel geldt als een meesterwerk van Smits en is een hoogtepunt in het Nederlandse orgellandschap. De klank en dispositie zijn in volledige harmonie met de prachtige akoestiek van de Sint-Petrusbasiliek. Karakteristiek zijn de kracht van de tongwerken, de warme en ronde toon van de fluiten, de lyriek van de prestanten en de kleurrijke soloregisters. Het veelzijdige concept van dit orgel zorgt ervoor dat het in een groot en divers repertoire overtuigend klinkt."

Pinksteren staat voor de deur, het feest van de uitstorting van de Heilige Geest (23-24 mei 2021). Daarvoor is aandacht aan het begin van het programma met een drietal koraalbewerkingen. Als opening klinkt een Fantasie over "God is getrouw, Zijn plannen falen niet" van Peter Eilander. In de eerste maten geeft het orgel gelijk zijn visitekaartje af, wanneer het heerlijk zwoel klinkt met enkele zachte 8-voeten met tremulant op het bovenwerk. Na een canonische omspeling en een feestelijke toccata mondt het werk uit in een groots koraal.

Vervolgens horen we twee meesterwerken uit 'Die Leipziger Orgelchoräle' van Johann Sebastian Bach. BWV 655 betreft een prachtig, Italiaans aandoend trio over "Herr Jesu Christ, dich zu uns wend, dein' Heilgen Geist du zu uns send". Dit aanstekelijke en lichtvoetige werk is een mooie aanvulling op zijn zes triosonates voor orgel. Twee jubelende bovenstemmen (opgebouwd uit materiaal uit de koraalmelodie) worden effectief voortgestuwd door een Vivaldi-achtige snelwandelende baslijn. Aan het einde van het trio klinkt de koraalmelodie in de bas. In Boxtel klinkt deze muziek weldadig: feestelijk en rustgevend tegelijk.

Het tweede Bachkoraal is onder organisten een echte bestseller met Pinksteren: "Komm, Gott, Schöpfer, Heiliger Geist", een vertaling van Martin Luther van de negende-eeuwse Pinksterhymne "Veni Creator Spiritus". Bach bewerkte dit lied onder andere in zijn Orgelbüchlein (1713-16). Toen hij jaren later een nieuwe set koraalvoorspelen voorbereidde (de Leipziger Orgelchoräle), greep hij terug op die vroege versie uit het Orgelbüchlein (BWV 631). Hij nam het volledig over en breidde het vervolgens uit. De bovenstem speelt het koraal en twee middenstemmen zorgen voor feestelijke loopjes en springende figuren. De bas komt in het eerste deel steeds op de derde tel, wat zou kunnen duiden op de Geest als derde Persoon van de Drie-eenheid. Vanaf de slotnoot van het oorspronkelijke koraalvoorspel wordt het notenbeeld dichter en uitgebreider. Het koraal keert terug, nu in de bas, terwijl de andere stemmen jubelend nieuwe harmonieën zoeken.

Bach had maar liefst 20 kinderen, waarvan vier zonen ook componist werden. Zijn tweede overlevende en bekendste zoon was Carl Philip Emanuel Bach, gemakshalve ook vaak tot 'CPE' afgekort. Hij wordt vaak aangeduid als de 'Hamburgse Bach' (naar de stad waar hij het grootste deel van zijn leven werkte), maar tijdgenoten noemden hem de "Berlijnse Bach". In Hamburg is een museum aan zijn leven en werk gewijd. Als componist geldt CPE als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Empfindsame stijl, die sterk de nadruk legt op een gevoelvolle expressie en dicht bij de Sturm und Drang ligt. In dit opzicht is hij een overgangsfiguur tussen de barokstijl van zijn vader en het classicisme van de Eerste Weense School. Als muziektheoreticus wordt hij beschouwd als gezaghebbende basis van de moderne pianotechnieken. Het in Boxtel gespeelde 'Thema mit Variationen' is het slotdeel van een van zijn orgelsonates. Negen variaties, volledig manualiter, bieden een uitgelezen gelegenheid om te genieten van een aantal wonderschone klankkleuren en solostemmen van het Boxtelse orgel.

De hedendaagse organist en componist Hans Uwe Hielscher was jarenlang organist en beiaardier van de Marktkirche in het Duitse Wiesbaden. Wereldwijd gaf hij meer dan 3000 orgelconcerten. Voor orgel schreef hij in een fris moderne stijl een reeks variaties over het Franse kinderliedje "Frère Jacques", in Nederland bekend als "Vader Jacob". Het lied gaat over een monnik, broeder Jacob (frère=broer), die zich heeft verslapen en wordt gemaand op te staan en de klokken te luiden voor de metten (getijdengebed in de Rooms-Katholieke Kerk en de orthodoxe kerken). De variaties van Hielscher zijn verrassend, spannend en speels, qua vorm, harmonie, ritme en klankkleur.

In de Canonnade van de 18e-eeuwse Franse componist Claude-Bénigne Balbastre worden de overweldigende, stoere tongwerken van het Smits-orgel nadrukkelijk voor het voetlicht gebracht. Balbastre beeldt het afvuren van geweldige kanonskogels uit met grote clusters in het groot octaaf, die door de zeer luide tongwerken op hoofdwerk en rugwerk herhaaldelijk door de kerk sidderen, afgewisseld met vrolijke fluitenpassages op bovenwerk en rugwerk.

In een prachtig werkje van Louis James Alfred Lefébure-Wély (Verset uit het tweede deel van L'Organiste moderne) blinkt het Boxtelse orgel ook uit in het kleine gebaar: de zachte Viola di Gamba op het bovenwerk begeleidt afwisselende soli van de Musette 8' op het rugwerk en de Fluit 4' op het hoofdwerk. Even tot rust komen na het kanonnengeweld!

Een van de bekendste orgelwerken is ongetwijfeld de vierdelige Suite Gothique van de in de Elzas geboren componist Léon Boëllmann. Hij componeerde zijn opus 25 in 1895. De Suite opent met een majestueus Introduction-Choral, met grote akkoorden in het volle werk. Elke koraalregel wordt herhaald met een zachtere registratie, manualiter gespeeld op het bovenwerk. Het tweede deel, Menuet Gothique, staat in C-majeur en in een dansante driekwartsmaat. De fluiten 8-4-2 maken het speels en lichtvoetig. Indrukwekkend ingetogen klinkt vervolgens het Prière à Notre Dame, waarna de suite afsluit met het verreweg bekendste deel, de Toccata. Een virtuoos zestienden-motief begeleidt een dramatisch thema in C-mineur in de bas. Samen met sterke ritmische motieven zijn dit ingrediënten voor een briljant effectvol werk dat mateloos populair geworden is, en niet alleen onder organisten.

Minne Veldman sluit zijn concert weer af met eigen werk. Ditmaal is dat een Koraalfinale over Psalm 138: "'k Zal met mijn ganse hart Uw eer vermelden, Heer".