Parijs01.jpg

Aanmelden nieuwsbrief

Blijf op de hoogte met de maandelijkse nieuwsbrief
Gebruiksvoorwaarden

Inhoud winkelwagen

Winkelwagen is leeg.

Online-orgelconcert 26 november 2021 in Lutherse Kerk Den Haag

Kijk en luister op vrijdagavond 26 november 2021 vanaf 20.00 uur naar het 61e online-orgelconcert van Minne Veldman op het Bätz-orgel (1762) in de Evangelisch-Lutherse Kerk te Den Haag.

Klik hier voor het programma.

Klik hier voor de digitale collecte.

Click here to donate from other countries (PayPal).

Vorige week gaf ik mijn jaarlijkse concert in 'De Lutherse'. Gelukkig was er toch een redelijke opkomst: 40 luisteraars. Niet zoveel als anders, maar toch meer dan waar het aanvankelijk naar uitzag. Allen die geweest zijn: hartelijk dank voor jullie komst! Het was heerlijk om voor jullie te mogen spelen op dit schitterende orgel!

Voor de mensen die niet naar Den Haag konden komen heb ik goed nieuws: ik heb toestemming gekregen om het concert op te nemen en aanstaande vrijdag, 26 november, als online-orgelconcert uit te zenden. Met meerdere camera's, met Sijtje en Mirna aan de registers, en met een mooi programma.

Ik open het concert met twee psalmbewerkingen van Feike Asma. Eerst een majestueus Voorspel en Koraal over Psalm 8 en daarna een ingetogen en gevoelig Orgelkoraal over Psalm 16, met de prachtige strijkers van het zwelwerk van Arie Bik uit 1921. Asma was van 1943 tot 1965 de vaste bespeler van dit Haagse Bätz-orgel.

Ook de naam van Johann Sebastian Bach preikt met twee composities op het programma. Van zijn Praeludium et Fuga in f-moll (BWV 534) wordt echter door sommigen betwist dat Bach de auteur is. De vroegste bronnen stammen uit de eerste helft van de negentiende eeuw, maar gaan wel terug op handschriften van Johann Christian Kittel, een van de laatste leerlingen van Bach. Hoe het ook zij, we hebben hier wel te maken met prachtige muziek, gespeeld in Organo Pleno. Het tweede werk is een van Bachs zes Schübler-Choräle: "Wo soll ich fliehen hin" (BWV 646). Vijf van deze zes koralen zijn bewerkingen voor orgel van cantatedelen van Bach. Alleen het juist hier gespeelde werk is niet bekend van een cantate, maar waarschijnlijk is het dat wel, maar dan afkomstig uit een verloren gegaan werk. De orgelbewerking is een trio: de bas gespeeld door de linkerhand op het hoofdwerk, de omspeling met de rechterhand op het bovenwerk en de melodie op het pedaal. Enige nadeel is dat het zo kort is. Daarom speel ik het gewoon twee keer achter elkaar. 

Georg Friedrich Händel was die andere grote componist uit de barok, in hetzelfde jaar geboren als Bach: 1685. Händel maakte in Engeland (waar hij zich in 1712 permanent gevestigd had) vooral furore als componist van zijn grote oratoria en opera's. Bij de uitvoeringen hiervan in de theaters en schouwburgen, werd het publiek in de pauzes vermaakt met Händels orgelconcerten, die hij uitvoerde samen met musici uit zijn orkest. Het is geen wonder dat Händel, die zelf als solist optrad, door zijn aanstekelijk gespeelde orgelsoli en cadenzen, afgewisseld met orkestpassages, het Londense publiek in vervoering bracht. Zijn eerste orgelconcerten vormden voor het publiek een attractie: in veel advertenties met aankondigingen van uitvoeringen van nieuwe oratoria stond de toevoeging 'With a Concerto on the Organ'. Händel bespeelde tijdens deze gelegenheden een klein éénklaviers orgel met zo'n zeven registers. Velen wilden deze concerten ook zelf spelen op hun clavecimbel thuis, of op het orgel in de kerk. Daarom besloot muziekuitgever John Walsh in 1738 zes door Händel gecorrigeerde orgelconcerten te bundelen en die te publiceren als Opus 4. Het tweede is het meest geliefde concert uit deze verzameling. Het was zo populair dat het ook werd uitgevoerd tijdens voorstellingen van het oratorium Deborah en de opera Athalia. De orkestpassages worden gespeeld met een plenumregistratie op het hoofdwerk, de orgelsoli met de fluiten op rugwerk en bovenwerk. Ik beperk me deze keer tot de eerste twee delen van dit Concerto.

Nadat Feike Asma in 1965 van Den Haag naar Maassluis vertrokken was, werd hij in de Lutherse Burgwal in 1966 opgevolgd door Willem Mudde, een schoonzoon van Jan Zwart. Mudde bleef organist in Den Haag tot aan zijn overlijden in 1984. We horen deze avond zijn prachtige Variaties en Fuga over "Waer dat men sich al keerd of wend", met als ondertitel: Valerius' Loflied op den Hollander en den Zeeuw. Het werk werd in oktober 1963 uitgegeven met een vermelding van de componist: "Geschreven in 1934, nu op aanhoudend verzoek onveranderd voor publicatie afgestaan, ter herinnering aan een onbezorgde muziekjeugd." Mudde schreef deze variaties dus op 25-jarige leeftijd en zette erboven: "Mijn leraar Jan Zwart in dankbaarheid opgedragen."

De Franse romantiek is vertegenwoordigd met twee componisten. Allereerst niemand minder dan César Franck, de grondlegger van de Frans-symfonische orgelstijl, geïnspireerd door de orkestrale orgels van Aristide Cavaillé-Coll. Ik speel het eerste deel van zijn Six Pièces pour Grand Orgue, de Fantaisie en ut majeur, opus 16. Voordat de definitieve versie in 1863 werd geschreven, had Franck reeds drie voorstudies van het werk gemaakt. In het eerste deel, 'Poco lento', een eenvoudige expositie, komt de voorliefde voor de canonvorm naar voren. Een capricieuze modulatie leidt tot het 'Allegretto non troppo', in f-mineur. Een gracieuze, levendige dialoog ontspint zich tussen tongwerk en fluit, waarin een subliem staaltje van omkeerbaar contrapunt wordt gegeven, dat tegelijk buitengewoon poëtisch klinkt. Een kort, langzaam intermezzo leidt tenslotte naar een verstild gebed in de begintoonsoort, c- (ut-) majeur. Franck speelde deze Fantaisie bij de inwijding van het Cavaillé-Coll-orgel in de Notre-Dame van Parijs in 1868. Hier in de Haagse Lutherse is voor dit werk een hoofdrol weggelegd voor het zwelwerk met de hobo uit 2007 en de prachtige strijkers in het verstilde laatste deel. Een 32-voet in het pedaal wordt in het laatste deel gesuggereerd door het pedaal een octaaf lager te spelen.

Charles-Marie Widor was niet alleen de grote concert- en kerkorganist, beroemd door zijn tien orgelsymfonieën. Hij componeerde ook voor vele andere instrumenten, solozang en koor. Op een tekst van Shakespeare schreef Auguste Dorchain 'Le conte d'Avril' (het aprilverhaal), een blijspel in vier delen "avec musique de scène, ouverture et entr'actes" van Widor. Het stuk werd voor het eerst uitgevoerd in het Odéontheater op 22 september 1885; het ging 26 keer. Widor heeft veel succes gehad met zijn muziek voor dit blijspel. Dat blijkt mede uit het feit dat er twee orkestsuites van gevormd zijn en ook twee suites concertante voor twee piano's. Verder werden zes delen door Widor bewerkt voor piano, piano met viool en piano met fluit. Een van deze delen is de Romance, die ook verscheen als tweede deel van de Suite voor fluit en piano (opus 34) en als suite voor orkest. De Romance vertaalt in feite de tekst van de dichter: "Nacht, voor ons gemaakt om van te houden, o zoete aprilnacht." De zangerige toon van de fluit klinkt in de orgelbewerking van Herman van Vliet als uitkomende stem, in de Lutherse gespeeld met de aangrijpend mooie Vox Humana.

De Festival Toccata van de Engelsman Percy Eastman Fletcher werd opgedragen aan de virtuoze organist Edwin Henry Lemare en voor het eerst gepubliceerd in 1915 bij de beroemde Engelse uitgever Novello & Co. Fletcher was muzikaal directeur van de Savoy en Drury Lane theaters in London. Die functie verloochent zich niet in zijn Festival Toccata, want het is een zeer theatraal stuk. Flitsende fanfares, snel voetenwerk en virtuoze klavierpassages wisselen elkaar af. Fletcher schreef maar weinig voor orgel, maar heeft ongetwijfeld de virtuositeit van Lemare voor ogen gehad. Deze toccata heeft niet heel veel diepgang, maar wil in alle onschuld vooral vrolijk en feestelijk zijn.

Tot besluit van dit concert speel ik mijn eigen Fantasie over Psalm 56 vers 6: "Gij hebt mijn ziel beveiligd voor den dood", uitgegeven in deel 14 van de serie Koraalbewerkingen. Centraal in dit psalmvers staat de zin: "Gij hebt mijn smart verdreven". Dat gebeurt in het eerste deel van de fantasie. Het begin geeft uitdrukking aan de 'smart', zacht en somber, in de toonsoort Des-groot. Na die bewuste zin wordt gemoduleerd naar F-groot, gaat het tempo omhoog en veranderd de klankkleur: we horen de beroemde 8-4-3-tremulant, met niet meer een donkere trompet, maar de heldere en ronde cornet van het hoofdwerk. Vervolgens werkt de Fantasie in toccatavorm toe naar een machtig slotkoraal in het volle werk.